Het Marshall Plan

Het Marshall plan trad drie jaar na de Tweede Wereldoorlog in werking. Het was bedoeld om de economie van Europa te verbeteren en zo een sterk Europa te creëren. Dit was niet enkel een daad van liefdadigheid: een sterk Europa was in de ogen van de Verenigde Staten ook nodig als een buffer tegen de communistische invloeden van de Sovjetunie. Amerika geloofde dat een zwak Europa vatbaar zou zijn voor de aanwezige communistische invloeden. Deze gedachte dreef Amerika ertoe om de Marshall hulp een West-Europese aangelegenheid te maken en zo een scheiding te creëren tussen West-Europa en het communistische Oost-Europa. De scheiding is nog steeds te zien, zoals mooi geïllustreerd door de elektriciteitsaansluitingen in Duitsland. Het Marshall plan hield globaal in dat de VS tussen 1948 en 1952 12,6 miljard dollar aan materialen, voedsel en grondstoffen naar de (destijds) 16 landen die meededen aan de Marshall hulp stuurde, 80% was een gift, 20% een lening. De reden dat het plan geaccepteerd werd in de Europese landen had te maken met de context. De oorlog was net voorbij en de Europese landen bevonden zich financieel in een dal. De discussie of Europa destijds zonder het Marshall plan ook uit het dal was geklommen blijft hier buiten beschouwing. Het financiële aspect van het Marshall plan zorgde er wel voor dat het plan in economisch zwakke Europese landen werd geaccepteerd. Een ander aspect van het Marshall plan is dat het ook heeft gezorgd voor een veranderende context in Europa. Het plan zorgde voor meer samenwerking tussen de verschillende landen. Het Marshall plan heeft uiteindelijk zelfs indirect bijgedragen aan het creëren van de juiste context voor het latere verdrag van Rome, het eigenlijke begin van de Europese Unie.

Bron illustratie: Jo Spier, Het Marshall-plan en U (Den Haag, 1949).

Thijs Granzier